NAP = Normaal Amsterdams Peil De referentiehoogte waaraan alle hoogtemetingen in Nederland worden gerelateerd. NAP is ongeveer gelijk aan de middenstand van het getij. Rijkswaterstaat, dus ook de Brandaris én alle zeesluizen, doen hun meldingen in NAP.
LAT = Lowest Astronomical Tide In gewoon Nederlands is dat het laagste getijdenniveau in de komende 19 jaar, voorspeld op basis van astronomische omstandigheden onder gemiddelde meteorologische omstandigheden. De dieptes op alle zeekaarten zijn in LAT gegeven.
Het verschil tussen NAP en LAT is op elke plaats anders. QuickTide kan
eenvoudig omschakelen van NAP naar LAT.
Onderweg gebruik ik QuickTide met wisselend NAP of LAT ingesteld, net wat
voor de situatie het handigst is. Dit wisselen gaat snel en eenvoudig. Al
varend gebruik ik LAT, dan heb ik in beeld hoeveel water er
“boven de zeekaart” staat. Bij het route plannen en communicatie met de
sluizen of Brandaris gebruik ik NAP.
De waterstanden in QuickTide zijn vastgelegd in NAP en worden omgerekend
naar het ingestelde referentievlak van de locatie. De dieptegegevens QuickTide
zijn opgeslagen met het referentievlak zoals in de bron aangegeven, dat
is meestal NAP. Omrekening naar het ingestelde referentievlak geschiedt
vanzelf, net zo als het omrekenen van de waterstanden.
Maar.....…, dit omrekenen geschiedt op basis van de omrekenwaarde op de
referentielocatie; en niet die op de locatie van de ondiepte. Het
Kimstergat wordt dus omgerekend met het LAT-niveau van Harlingen. Dat
scheelt wel 30 cm met het LAT-niveau van het Kimstergat zelf.
Deze werkwijze gaat prima en zonder problemen wanneer de dieptegegevens in NAP zijn. Zijn de dieptegegevens in LAT, dan kan hierdoor een vervelend verschil ontstaan. Daarom is het af te raden om dieptegegevens in LAT in te voeren, zonder grondige kennis van de omrekening.